Met behulp van Shell-technologie kan nu vrijwel elke soort steenkool, zelfs die van de minste, vuilste kwaliteit, worden omgezet in synthesegas, een mengsel van waterstof en koolstofmonoxide, dat even schoon brandt als aardgas. Synthesegas heeft een directe marktwaarde, omdat het gebruikt kan worden voor het produceren van uiteenlopende hoogwaardige producten als elektriciteit, kunstmest, transportbrandstoffen en chemicaliën.
Voor het maken van synthesegas wordt tot poeder gemalen steenkool vermengd met zuurstof en stoom bij een temperatuur van 1.400 tot 1.600°C. De technologie van Shell maakt gebruik van persstikstof om een dichte stroom steenkool naar de vergasser te vervoeren; dit is efficiënter dan de drab van steenkool en water die voor andere methoden wordt gebruikt.
Bij steenkoolvergassing komen minder koolstofdioxide en vervuilende stoffen vrij dan bij gewone verbranding van steenkool. Bovendien kan de CO2 uit vergassing eenvoudiger worden opgevangen dan die van rookstapels, mogelijk voor ondergrondse opslag. Tijdens de vergassing smelten door de hoge temperatuur de minerale restanten in de steenkool, die vervolgens als slak naar de bodem van de vergasser vallen. Dit kan later worden gebruikt voor de aanleg van wegen.
Voor de technologie van Shell wordt gebruik gemaakt van een beschermlaag van met stoom gevulde leidingen in de vergasser, waardoor de installatie langer meegaat en de gesmolten slak de binnenwanden niet beschadigt. In de meeste concurrerende processen worden de bakstenen wanden van de vergasser geleidelijk aangevreten door de hete slak en moeten ze regelmatig worden vervangen. Doordat de installatie dan moet worden stilgelegd, neemt de efficiëntie af.
In Nederland is al sinds 1993 een energiecentrale van 253 megawatt in gebruik die werkt met de steenkoolvergassingsmethode van Shell. Er is nu een licentie voor de technologie afgegeven aan meer dan twintig vergassingscentrales, waarvan de meeste zich in China bevinden.