Hoewel al enkele tientallen jaren olie en gas wordt gewonnen op de noordpool, hebben we onze werkwijze moeten aanpassen door het toegenomen besef van de kwetsbaarheid van dit gebied. Zo is het in het noordpoolgebied onder meer essentieel om over geavanceerde "morstechnologie" te beschikken en de boorschepen zo klein mogelijk te maken om de gevolgen ervan zoveel mogelijk te beperken. Op beide punten verschaft technologie ons hulp.
Een eind maken aan verspillingen
Meerdere kleine oplossingen helpen ons het risico of de gevolgen van olielekken in de oceaan te beperken. Zo liggen pijpleidingen onder water meters diep onder de zeebodem, zodat ze niet kapot gestoten kunnen worden door ronddrijvend ijs. Dankzij lekdetectietechnologie en meerdere kleppensystemen wordt de oliestroom stopgezet, wanneer een daling van de druk in de pijpleidingen wordt geconstateerd.
Als zich een lek voordoet, kan het probleem worden opgelost met een hulpmiddel dat samen met het milieu-instituut van Finland is ontwikkeld: met dit hulpmiddel kan olie die is neergeslagen op ijsblokken, worden verwijderd door het ijs op en neer te bewegen, zodat de olie in het water terechtkomt waar het met een soort lopende band kan worden afgevoerd. Op andere plekken dan de noordpool zou gebruik worden gemaakt van balken om de olie die op het water drijft in te sluiten, maar balken kunnen geen olie op ijs opnemen.
Schaalverkleining
Een nieuw concept voor boorschepen, ontwikkeld door Shell-ingenieurs, kan ook worden toegepast op de noordpool om schadelijke gevolgen van het benutten van hulpbronnen zoveel mogelijk te beperken. Het boorschip Bully Rig is 25% kleiner en 60% lichter dan andere boorschepen met een vergelijkbare capaciteit. Hierdoor is het energiezuiniger en dus minder vervuilend. En hoewel de Bully Rig kan boren in 4.000 meter diep water, kan het ook varen in water met een diepte van slechts 16 meter.