Jump menu

Main content |  back to top

1. Hoe is de brandstofprijs samengesteld?

De prijs van een liter Euro 95 bestaat uit drie delen. Namelijk de inkoopprijs van het product, de accijnzen en BTW, en een marge. Hieronder een korte uitleg per onderdeel:

Inkoopprijs van het product. Met name veranderingen in deze prijzen zorgen voor de wijzigingen aan de pomp, zowel omhoog als omlaag. Inkoopprijzen worden onder andere beïnvloed door de wereldwijde vraag en aanbod van geraffineerde olieproducten, de dollarkoers en, op de langere termijn, door de ruwe olieprijs.

Shell verkoopt meer brandstoffen dan het zelf in de raffinaderijen maakt en koopt daarom het merendeel van de basisbrandstoffen in. Om er de speciale Shell brandstoffen van te maken, voegt Shell vervolgens nog aantal additieven toe die de kwaliteit verder verbeteren. Voor al deze “ingrediënten” is er een vrije wereldmarkt en betaalt Shell internationale marktprijzen.

Accijnzen en BTW. Per verkochte liter benzine int de overheid een vast bedrag aan accijnzen. Daarbovenop wordt over de totale pompprijs nog eens 21% BTW gerekend. Op 1 januari 2013 bestond de gemiddelde pompprijs voor meer dan de helft uit accijnzen en BTW.

Marge

Ongeacht de benzineprijs bedraagt de marge zo’n 17 cent exclusief btw.

2. Wat is de marge die Shell heeft bovenop de productkosten?

Ongeachte de benzineprijs is er een marge van zo’n 16 cent. Hieruit moeten alle kosten betaald worden die gemaakt worden vanaf de raffinaderij tot aan de daadwerkelijke verkoop (distributie, marketingkosten, personeel, huur van het station, etc.).

Eventuele kortingen aan de pomp worden ook uit deze marge betaald. Gemiddeld maakt Shell België brutowinst van 1 tot 1,5 cent per liter.

3. Wat zorgt nu voor prijswijzigingen?

De benzineprijs bestaat uit drie delen (inkoopprijs, accijnzen en heffingen, marge). De marge is altijd zo’n 17 cent, ongeachte de benzineprijs. Ook het accijnsdeel staat in principe vast voor een jaar. De BTW (21%) fluctueert mee met de uiteindelijke pompprijs.

Met name de inkoopprijs van het product zorgt voor de schommelingen in de pompprijs. Er zijn tal van factoren van invloed op deze inkoopprijs. Bijvoorbeeld de wereldwijde vraag en aanbod van geraffineerde olieproducten, de verhouding tussen de dollar en de euro, politieke spanningen in de wereld en uiteraard op de langere termijn het verloop van de ruwe olieprijs.

Aangezien Shell (net als veel andere oliemaatschappijen) veel meer benzine verkoopt dan het zelf in de raffinaderijen maakt, is Shell afhankelijk van de internationale markt voor olieproducten.

4. Wie bepaalt de prijzen aan de pomp en waarom zijn er prijsverschillen?

Het grootste deel van de bemande Shell stations in België zijn in het bezit van zelfstandig ondernemers, zogenoemde dealers. Zij bepalen zelf de verkoopprijzen. Shell bepaalt de prijs op de eigen stations.

Alle Shell stations hebben natuurlijk te maken met een inkoopprijs van het product. Zoals te lezen bij de prijsopbouw is het overgrote deel van de benzineprijs “een gegeven” en is er slechts een marge van zo’n 17 cent waaruit alle kosten (en brutowinst) van raffinaderij tot verkoop gehaald moeten worden.

Elk station heeft een eigen kostenstructuur. In combinatie met lokale factoren zoals bijvoorbeeld opbrengsten uit een wasstraat, shopverkopen of andere nevenactiviteiten is het aan de lokale ondernemer om tot een concurrerende prijs te komen. Dit verklaart ook de verschillen tussen de Shell stations in België.  

5. Waarom zijn de prijzen op de snelweg hoger dan op de overige wegen?

Elk station heeft een eigen kostenstructuur. Dit heeft met veel zaken te maken; bijvoorbeeld huur van de grond en vergunningen, maar ook de faciliteiten per type station en openingstijden die langs rijkswegen vaak langer zijn.

Waar het uiteindelijk om gaat is dat Shell met alle tankstations (langs de snelwegen, binnen en buiten de bebouwde kom en Shell express) iedere klant goed kan helpen door brandstoffen van de beste kwaliteit tegen de scherpste prijzen te verkopen, met de bekende Shell-service.

6. Waarom zit er zo weinig verschil tussen de brandstofprijzen van de oliemaatschappijen?

De relatief kleine verschillen tussen de verschillende tankstations in België is goed te verklaren. Bijna 2/3 van de pompprijs bestaat namelijk uit belastingen. Dit is voor alle partijen gelijk. Ook de inkoopprijs (bijna 1/3 van de pompprijs) is vergelijkbaar. Deze inkoopprijs is namelijk gebaseerd op de internationale handel in olieproducten.

Uiteraard zijn er kleine verschillen in inkoopcondities, maar alle partijen hebben te maken met dezelfde ontwikkelingen in de markt zoals bijvoorbeeld de dollar-eurokoers, politieke spanningen in de wereld, en vraag en aanbod.

Het verschil zit in het deel wat Shell België de marge noemt: de 17 cent waaruit alle kosten vanaf de raffinaderij tot en met de verkoop betaald worden (distributie, marketing, stationsoperatie, etc.). Eventuele pompkortingen gaan ook van deze marge af.

7. Waarom zijn de brandstofprijzen de afgelopen jaren zo gestegen?

De brandstofprijzen zijn met name gestegen door de sterke stijging van de internationale marktprijs voor benzineproducten. De stijgende vraag naar geraffineerde olieproducten in vooral China en India, de limieten van de raffinagecapaciteit, de seizoensgebonden vraag naar producten en marktspeculatie zijn daar de voornaamste oorzaken van.

Hieronder een overzicht met gemiddelde Platts’ noteringen (FOB Rotterdam) sinds 2002.

Platss
Jaar Gemiddelde Platts’ notering (FOB Rotterdam) per ton (Euro 95)
2002 $246
2003 $294
2004 $395
2005 $529
2006 $619
2007 $698
2008 $837
2009 $569
2010 $731
2011 $977
2012 $1029
2013 $987 (bijgewerkt tot 31-10-2013)

8. Waarom zijn de brandstofprijzen in sommige landen lager dan in andere?

Het vergelijken van brandstofprijzen leidt helaas niet altijd tot correcte conclusies. Er worden nogal eens appels met peren vergeleken. Of de wijze waarop de cijfers zijn samengesteld is onzorgvuldig. Het gebruik van dergelijke cijfers en de interpretatie van geconstateerde ‘prijsverschillen’ vraagt om uiterste zorgvuldigheid.

Prijsverschillen met het buitenland kunnen vrijwel geheel worden verklaard uit de verschillen in accijnzen, heffingen en BTW. De Belgische ‘kale’ brandstofprijzen (prijzen zonder accijnzen, heffingen en BTW) zijn in lijn met die van andere Europese landen.

Daadwerkelijke verschillen tussen de ‘kale’ prijs in Europa zijn minimaal en eenvoudig te verklaren. Enkele voorbeelden van invloedrijke factoren zijn: inkomsten uit nevenactiviteiten van pomphouders (alcoholverkoop in shop), gemiddelde doorzet per station, percentage biocomponent in de brandstof en de kosten van personeel of de huur van de grond waarop het station geëxploiteerd wordt.

9. Waarom is Shell V-Power duurder dan gewone benzine en diesel?

Onze premium fuels hebben een hogere kwaliteit dan standaard brandstoffen en hebben speciale additieven die betere motorprestaties opleveren. Hierdoor is de kostprijs, en eindprijs, tevens hoger. Lees meer over de voordelen van Shell V-Power.

10. Worden de prijzen speciaal op vrijdagen en voor lange weekeinden en vakanties verhoogd?

Nee. Shell streeft naar een consistent en transparant prijsbeleid. Dit betekent dat veranderingen in de inkoopprijs van het product op consequente wijze in de pompprijs worden doorberekend.

De vraag naar specifieke olieproducten wordt beïnvloed door de seizoenen. Vooral in de Verenigde Staten, Europa en Japan stijgt in de winter de vraag naar diesel en kerosine om huizen en kantoren te verwarmen. In de zomer is de vraag naar benzine weer groter, omdat mensen meer autorijden.

Consumenten hebben de neiging om meer aandacht te besteden aan brandstofprijzen voor een lang weekend of vakantie omdat ze dan meer autorijden en tanken.

11. Waarom verhogen jullie veel vaker de prijs dan dat jullie verlagingen doorvoeren?

Shell streeft naar een consistent en transparant prijsbeleid. Dit betekent dat veranderingen in de inkoopprijs van het product op consequente wijze in de pompprijs worden doorberekend. Helaas zijn prijsverlagingen niet altijd even zichtbaar in de media, dit in tegenstelling tot prijsstijgingen.