Jump menu

Main content |  back to top

De prijs aan de pomp is samengesteld uit productkosten, overheidsaccijnzen en –taksen, en de bruto distributiemarge. De distributiemarge moet de kosten dekken om het product van de raffinaderij tot bij de consument te brengen: de hele ketting dus van opslag, verwerking en transport van de brandstoffen, tot en met de marges voor de groot- en kleinhandel.

In België kunnen taksen oplopen tot 50 % voor diesel en 60% voor benzine De overheid belast het verbruik van brandstof en de productie van ruwe olie uiteraard om inkomsten te genereren, maar ook om invloed te krijgen op de manier waarop de consument brandstof koopt en gebruikt.

In de meeste landen is brandstof enerzijds onderworpen aan accijnzen en energiebijdragen: belastingen op het volume brandstof dat de raffinaderij of het depot verlaat. Anderzijds komt daar nog de btw bovenop: een belasting op de prijs van de brandstof aan de pomp.

De brandstofprijs kan sterk variëren van moment tot moment. Het zijn vooral de kosten van de ruwe olie en het geraffineerde product (benzine en diesel, bijvoorbeeld) maar ook de concurrentie tussen de tankstations die de prijs bepalen.

De link tussen de prijs van ruwe olie en die van het geraffineerde product


Ruwe olie wordt geraffineerd tot een raffinageproduct zoals benzine of diesel. De prijs van het raffinageproduct is dan ook gelinkt aan die van de ruwe olie. Zeker in België volgt de prijs aan de pomp die van de ruwe olie op de voet, door de zogenoemde “programma-overeenkomst” tussen de federale overheid en de Belgische Petroleum Federatie (BPF). Door de programma-overeenkomst betaalt dat de consument steeds een correcte prijs, als de wereldprijzen stijgen maar ook als ze dalen.

In de programma-overeenkomst wordt een maximumbedrag vastgelegd voor de distributiemarge van de petroleumsector. Aangezien het om een vast bedrag gaat (geen percentage t.o.v. de prijs aan de pomp zoals de btw, maar een bedrag in euro’s) maken de petroleummaatschappijen bij stijgende olieprijzen geen eurocent méér winst.

Factoren die de prijs van ruwe olie en raffinageproducten beïnvloeden


Ruwe olie en raffinageproducten worden verhandeld op de vrije wereldmarkt. Dit zijn de belangrijkste factoren die de olieprijzen beïnvloeden:

  • De vraag
    De vraag naar ruwe olie en raffinageproducten blijft stijgen, vooral dan in China, India en Amerika.
  • De begrenzing van de olieraffinagecapaciteit
    Om aan de huidige vraag te kunnen voldoen, draaien alle raffinaderijen wereldwijd zowat op volle toeren. Als de vraag blijft stijgen, moeten er in de toekomst nieuwe raffinaderijen gebouwd worden. En dat vergt gigantische investeringen, zowel voor de bouw als voor de exploitatie. Deze investeringen worden trouwens alsmaar groter door de strengere milieunormen wereldwijd: de productie in de raffinaderijen moet steeds milieuvriendelijker worden, en ook de brandstoffen zelf.
  • De toevoer van ruwe olie
    De politieke instabiliteit in het Midden-Oosten maakt de beschikbaarheid van ruwe olie onzeker. Bovendien heeft ze een grote invloed op de volatiliteit van de prijs van ruwe olie.
  • Weersomstandigheden
    Onvoorspelbare, extreme weersomstandigheden zoals orkanen in de V.S., kunnen de wereldwijde raffinagecapaciteit tijdelijk verstoren (zeker aangezien raffinaderijen in de V.S. vrijwel op maximumcapaciteit draaien). De kleinere volumes en de speculatie rond de beschikbaarheid van de raffinageproducten leiden tot prijsschommelingen over de hele wereld.
  • Seizoenseffecten
    De vraag naar specifieke raffinageproducten schommelt mee met de seizoenen, vooral op de belangrijkste markten in het noordelijke halfrond (de V.S., Europa en Japan bijvoorbeeld). Als het er winter is, stijgt de vraag naar diesel en kerosine om huizen en kantoren te verwarmen. In de zomer is de vraag naar benzine dan weer groter, omdat mensen meer met de auto rijden.
  • Marktspeculatie
    Aangezien ruwe olie en raffinageproducten op de vrije markt verhandeld worden, zijn ze onderhevig aan marktspeculatie. Ook dat heeft een sterke invloed op de prijzen. De voorbije jaren zijn er op de markt trouwens nieuwe spelers bijgekomen met een bijzondere interesse voor oliegrondstoffen, zoals beleggingsfondsen en hedge funds. Algemeen wordt aangenomen dat de olieprijzen daardoor nog volatieler werden dan ze al waren.
  • Valutaschommelingen
    Ruwe olie en raffinageproducten worden op de wereldmarkt verhandeld in Amerikaanse dollar. Elke verandering van wisselkoers van een munt ten opzichte van de dollar heeft dan ook een invloed op de prijs.

Concurrentie op de lokale markten

De concurrentie op de brandstofmarkt is bikkelhard. Brandstoffenhandelaars willen hun concurrentiepositie niet in gevaar brengen, en om hun omzet te verhogen, verlagen ze continu de prijzen. Als de prijs echter te laag wordt, kunnen ze hun operationele kosten niet meer dekken en zijn ze op een bepaald moment wel verplicht hun prijs weer te verhogen, uiteraard binnen de limieten van de programma-overeenkomst. Die aanhoudende prijsverlagingen, gevolgd door opwaartse correcties, wordt een prijscyclus genoemd. Klanten kunnen daar voordeel uit halen, door de prijscyclus goed op te volgen en brandstof te kopen als de prijs het laagst is.